Sophie:
Mamma was bij de manicure. Die heet Runa.
Manicuren duurt drie kwartier. In de kapperszaak waar we ook altijd geknipt worden.
Daar is een plein met winkels om de hoek.
Toen kreeg ik een boodschappenlijstje, een grote tas en een portemonee met heel veel geld. ‘Kijk maar hoever je komt,’ zei mamma, ‘volgens mij kun je dit wel’.
Ik moest:
-naar de Blokker voor AA en AAA batterijen;
-naar de Super voor snijboontjes (gesneden, want mamma houdt niet van zelf snijden, nogal stom want snijden is juist cool) en aardappelschijfjes (van Aviko, een blauw met gele zak);
-naar de kippenkraam voor twee gegrilde kippen.
Binnen een half uur was ik terug MET ALLE BOODSCHAPPEN!
Mamma was apetrots. En ik ook. En bij de kapper vonden ze het allemaal heel knap van mij.
Toen heeft Runa mij geleerd hoe ik mijn handen moet insmeren met creme. Dat je de nagelriemen niet moet vergeten.
(en nu 1 keer raden wat we die avond aten…)